Article

13.05.2019

Bank steunt eerste duurzame chemie-incubator

Start-ups en groeibedrijven in de chemie die duurzaam innoveren en zo een antwoord bieden op de milieuproblematiek, kunnen weldra rekenen op de steun van de incubator, BlueChem, én de expertise van onze bank.

De chemische industrie, een belangrijke en strategische sector voor de Belgische economie, heeft de voorbije jaren al heel wat inspanningen gedaan op het gebied van duurzaamheid. Toch staat de chemiesector, net zoals de ganse samenleving, voor grote uitdagingen in de omschakeling naar een circulaire economie en het ontwikkelen van oplossingen voor de klimaatuitdaging. Duurzame innovatie is daarbij het sleutelwoord. Dat is precies de ambitieuze doelstelling van BlueChem, de allereerste incubator voor duurzame chemie.

Duurzame innovatie

Duurzame chemie focust op innovaties die ecologisch en economisch nut combineren. Denk aan betere recyclagetechnieken om duurzame metalen uit afval te halen, biodegradeerbare plastics, de vervanging van bepaalde stoffen in bestaande materialen of het vergroenen van een chemisch productieproces. Voor dat laatste werd in 2018 nog de Nobelprijs Chemie uitgereikt: onderzoekers ontwikkelden enzymen van biologische oorsprong ter vervanging van toxische stoffen die de chemische industrie momenteel gebruikt, maar die achteraf vernietigd moeten worden. BlueChem zal zich op dat soort ontwikkelingen toeleggen in samenwerking met de overheid, industrie en kennisinstellingen.

Tijd, durf en geld

In de chemiesector is het niet evident om veelbelovende innovaties te laten doorgroeien tot nieuwe ondernemingen. Het kost veel tijd, durf en geld om van een labosetting naar een industriële productieschaal te evolueren. BlueChem wil starters en groeibedrijven helpen met een aangepaste infrastructuur en dienstverlening, financiële ondersteuning en directe toegang tot een uitgebreid netwerk van sectorexperten. Gezien het succes van dergelijke incubators in de digitale en farma-industrie, was het een kwestie van tijd vooraleer er ook een eerste duurzame chemie-incubator zou komen.

WB_Art_BlueChem_signature

Didier Beauvois, Head of Corporate Banking, BNP Paribas Fortis en Frank Beckx, Voorzitter Raad van Bestuur, BlueChem

Vinger aan de pols

Het project zal circa 11 miljoen euro kosten en kan, naast BNP Paribas Fortis als exclusief participerende bank, rekenen op de steun van de Europese en Vlaamse overheid voor respectievelijk 3,4 miljoen en 868.397 euro. De stad Antwerpen investeert 4 miljoen euro. De bijdrage van BNP Paribas Fortis bestaat voornamelijk uit het aanbrengen van expertise in de sector van lifesciences, de ondersteuning van innovatieve start-ups en scale-ups en het ter beschikking stellen van haar uitgebreide netwerk.

Zo werken grote en kleine spelers in de chemie samen aan initiatieven rond duurzame innovatie, en houdt onze bank haar vinger aan de pols. Onze expert ter zake, Jeroen Vangindertael  zal in de adviesraad zetelen. BNP Paribas Fortis zal zo zijn rol spelen in het financieel ondersteunen van innovatieve start-ups via haar Innovation Hubs en in het ontwikkelen van duurzame bedrijfsactiviteiten via haar Sustainable Business Competence Centre.  

Een beloftevol partnership

De oprichting van een incubator voor duurzame chemie, startte als een initiatief vanuit sectororganisatie Essenscia. Ondertussen kan BlueChem ook rekenen op belangrijke partners zoals consultancybureau Deloitte, advocatenkantoor Laga en de Port of Antwerp. Op 13 mei tekent BNP Paribas Fortis, als enige bank, zijn partnership met BlueChem dat van start zal gaan in 2020, op het klimaatneutrale bedrijventerrein Blue Gate Antwerp in de haven van Antwerpen, een van de grootste chemieclusters ter wereld.

Didier Beauvois, Hoofd BNP Paribas Fortis Corporate Banking: “Wij zijn erg trots partner te mogen zijn van BlueChem, dat net zoals onze bank duurzame ontwikkeling en open innovatie hoog in het vaandel draagt. We stellen met plezier ons netwerk en onze expertise ter beschikking van deze voor ons land erg belangrijke industrie. Want als de chemische sector zijn ecologische voetafdruk vermindert, dan heeft dit meteen een belangrijke impact op het klimaat.”

Ontdek wat het Sustainable Business Competence Centre voor u kan doen
https://ondernemingen.bnpparibasfortis.be/nl/sustainablebusiness?tags=sustainable-business

Article

02.05.2019

CO2 neutraal worden, het kan nog

De klimaatexperts delen dezelfde mening: de uitstoot van CO2 moet zo snel mogelijk verminderen. Een opvang van CO2 figureert tussen de mogelijke oplossingen, maar staat nog in de kinderschoenen. Wij hebben een rol te spelen!

CO2 is niet alleen een reststof die in de atmosfeer wordt gelost na verbranding van fossiele brandstoffen, het kan ook dienen als grondstof. Het capteren, opslaan of hergebruiken van CO2 biedt dan ook heel wat kansen voor de strijd tegen de klimaatopwarming.

“Kennisdelen is een belangrijk deel van de opdracht van het SBCC”, vertelt initiatiefnemer Aymeric Olibet van het Sustainable Business Competence Centre. “We moeten meer dan ooit met onze klanten praten over de klimaatrisico’s, de energietransitie en duurzaamheid in het algemeen. Het delen van kennis en best practices en het samenbrengen van de diverse experts speelt daarin een sleutelrol”.

Nog 10 jaar

Dat het hoog tijd is om de CO2-uitstoot drastisch te verlagen, werd overvloedig geïllustreerd door Xavier Pouria, klimaatwetenschapper bij ECORES. Zijn boodschap is heel duidelijk: “we hebben nog 10 jaar om deCO2-uitstoot drastisch naar beneden te krijgen, willen we de temperatuurstijging op aarde beperken tot 1,5 graden Celsius. En dat is nodig om te vermijden dat het ecosysteem op aarde ongecontroleerd wijzigt waardoor steeds meer oogsten mislukken, de visvangst verder daalt, extreme weersituaties frequenter voorvallen, met de bijhorende gevolgen op sociaal en geopolitiek vlak”.

Streven naar een volledige zero emissie van CO2 tegen 2050 is volgens hem de enige duurzame oplossing voor de klimaatproblematiek. En dat kan op drie manieren: het  globaal energieverbruik verlagen, een transitie naar carbon neutrale energieproductie stimuleren en het uit de lucht halen en stockeren van CO2 in materialen, in biomassa (energie) of in de natuur (bomen of onder de grond).

CO2-industrie in opmars

Damien Dallemagne van CO2 Value toonde aan dat er zich stilaan een industrie ontwikkelt rond het opslaan en gebruiken van CO2. Zo wordt vandaag CO2 al gebruikt als grondstof voor beton of bouwstenen. Jan Theulen van Heidelberg Cement schetste hoe zijn onderneming CO2 uit de cementfabrieken recupereert en opnieuw gebruikt in de productie van cement.

Stanislas Vandenberg van TOTAL legde de plannen van de energiereus uit om CO2 op te slaan in oude gaswinningssites in Noorwegen en de UK. En Daniel Marenne van ENGIE illustreerde hoe CO2 kan worden gerecycleerd om brandstof te produceren of gebruikt als basisgrondstof voor de chemische sector.

Christoph Beuttler van Climeworks presenteerde zijn technologie om CO2 direct uit de lucht te halen en te verkopen aan industriële klanten uit de landbouw- en voedingssector of de automobielindustrie. Volgens hem wordt CO2 opgevangen in de industrie, in de toekomst mogelijk een schaarse grondstof en hebben we er alle belang bij om het rechtstreeks uit de lucht te halen.

Carbon offset voor bedrijven

Sebastien Nunes, CEO van ClimateSeed kwam tot slot hun initiatief voorstellen. ClimateSeed is een platform dat bedrijven en lokale autoriteiten die hun CO2-uitstoot willen compenseren samenbrengt met projectontwikkelaars die duurzame projecten implementeren om CO2-uitstoot te vermijden of te capteren. Deze online marktplaats is een initiatief van de Groep BNP Paribas om de vrijwillige handel in emissierechten transparanter en sneller te maken.

Alle experts waren het eens over één ding:  Carbon Capturing & Storage is noodzakelijk om de objectieven te halen, maar de industriële verwerking van CO staat nog in zijn kinderschoenen.

Hoe kunnen wij als bedrijf bijdragen aan de eliminatie van koolstof en het creëren van een markt voor CO2-producten? Laten we erover praten! Ontdek ook de voordelen van ons Sustainable Business Competence Centre.

Article

17.04.2019

De watervoetafdruk: een extra uitdaging voor de bedrijven

Duurzaamheid wordt voor de meeste economische spelers een prioriteit. Die uitdaging mag echter niet beperkt blijven tot het terugdringen van hun CO2-uitstoot. Ze moeten immers ook rekening houden met hun 'watervoetafdruk'.

De klimaatuitdagingen staan meer dan ooit op de voorgrond. En die uitdagingen grijpen de economische spelers ook met beide handen... Het is bijvoorbeeld geen toeval dat 75% van de Belgische bedrijven vindt dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) op termijn de investering waard is. In die duurzame transitie staat de koolstofvoetafdruk centraal bij de initiatieven die in de verschillende bedrijven worden genomen.

CO2 overschaduwt water

Maatschappelijk verantwoord ondernemen moet in de eerste plaats een globale strategie zijn. Vandaag is het echter vooral de koolstofbalans die met alle aandacht gaat lopen. In die mate zelfs dat koolstof alle andere factoren die bepalend zijn voor de menselijke druk op het milieu begint te verdringen. Denk bijvoorbeeld aan biodiversiteit, het gebruik van de hulpbronnen, bodemvervuiling of de 'watervoetafdruk'. De strijd tegen de klimaatopwarming mag zich dus niet beperken tot slechts een deel van de hele kwestie ... Ook water vormt in die zin een cruciale uitdaging, want loopt er op dat vlak iets mis, dan zijn de gevolgen niet te overzien: droogte, woestijnvorming, overstromingen, ziektes en noem maar op. Water is ontegenzeglijk een strategische rijkdom, niet alleen voor bedrijven, maar voor onze volledige planeet. Zo zou volgens de voorspellingen van de Verenigde Naties zo'n 40% van onze planeet tegen 2030 met een watertekort te maken kunnen krijgen.

De watervoetafdruk: een belangrijke indicator

De watervoetafdruk zouden we kunnen beschrijven als het totale watervolume dat nodig is om goederen en diensten te produceren. We weten bijvoorbeeld dat er 11.000 liter water nodig is om een katoenen jeans te produceren. Die indicator houdt dus rekening met het rechtstreeks of onrechtstreeks gebruikte water, vanaf het gebruik van de grondstoffen tot het levenseinde van het product. Wanneer we de watervoetafdruk meten, houden we rekening met drie verschillende categorieën:

  • blauw water of zacht oppervlakte- of grondwater;
  • groen water of regenwater dat in de bodem wordt opgeslagen;
  • grijs water of water dat vervuild is door productieprocessen.

Net als bij de koolstofvoetafdruk is het ook bij de watervoetafdruk de bedoeling dat zowel particulieren als overheden en uiteraard ook bedrijven bewust worden gemaakt van hun waterverbruik en dus ook hun verantwoordelijkheid opnemen. En terecht, want wist u dat de bedrijven verantwoordelijk zijn voor bijna 40% van het gebruikte water in de ontwikkelde landen?

Wel bewustwording, maar weinig acties

Hoe gaan de bedrijven dan om met hun 'watervoetafdruk'? Het Amerikaanse bedrijf Ecolab en GreenBiz, een organisatie die wereldwijd actief is op het vlak van duurzaamheid, trachtten een antwoord te geven op die vraag aan de hand van een studie. Op die manier probeerden ze inzicht te krijgen in de manier waarop 86 grote bedrijven (met meer dan een miljard dollar inkomsten) het thema aanpakken. Belangrijkste vaststelling: hoewel de meeste grote spelers zich wel degelijk bewust zijn van de uitdagingen, kost het hen heel wat moeite om hun waterdoelstellingen in concrete acties om te zetten.

  • Zo bevestigt 74% van de corporates dat water een onvermijdelijke prioriteit wordt, is 59% zich bewust van een verhoogd risico voor de business en verklaart 90% de komende drie jaar iets te willen doen om hun impact op het waterverbruik te meten en te beheren.
  • Maar komen van die woorden ook echt daden? Daar is de weg nog lang: 44% van deze bedrijven heeft geen actieplan om de concrete doelstellingen te bereiken en slechts iets meer dan de helft past slimme tools toe om hun waterverbruik te monitoren.

Engagement als cruciale factor

Deze resultaten liggen in de lijn van de resultaten van een enquête uit 2017, waarin 82% van de bedrijven zei niet over de nodige tools te beschikken om iets aan hun watervoetafdruk te doen. Ondanks dat gebrek aan hulpmiddelen, blijft de voornaamste hefboom het engagement van alle betrokken partijen. De kloof tussen doelstellingen en resultaten wordt immers voornamelijk veroorzaakt door het verschil in bewustwording van enerzijds de mensen die de concrete doelstellingen vastleggen (directie of mvo-team) en anderzijds diegenen die de verandering ook echt in de praktijk moeten toepassen. Zo heeft bijna 40% van de bedrijven het moeilijk om hun spelers op het terrein te betrekken en te mobiliseren.

Om iedereen mee te kunnen trekken in dit avontuur, moeten de medewerkers in de eerste plaats opgeleid en gesensibiliseerd worden. Daarnaast moeten ook de externe betrokken partijen – klanten en leveranciers – bewust worden gemaakt van de problematiek. Via denkoefeningen en actieplannen moeten bedrijven de notie 'water' meer en meer opnemen in hun algemene aanpak. Denk bijvoorbeeld aan marketingacties (maar best geen greenwashing) om consumenten bewust te maken van het probleem en de keuze van de verschillende partners voor de volledige toeleveringsketen.

Article

07.12.2018

Start-ups, katalysatoren voor innovatie in bedrijven

In een recente publicatie over open innovation onderstreept audit- en adviesbureau EY de meerwaarde van een samenwerking tussen grote bedrijven en start-ups ...

Baanbrekende technologiën doen vandaag hun intrede in zowat alle sectoren. Er is dan ook een echte industriële revolutie aan de gang ... En die brengt ons bij een steeds duidelijkere vaststelling: grote bedrijven staan voor de enorme uitdaging om innovatieve producten te ontwikkelen en die zo snel mogelijk op de markt te brengen. Om die uitdaging aan te gaan, volstaat het 'traditionele' R&D niet meer, horen we steeds vaker zeggen. De oplossing? Sneller innoveren dankzij een betere samenwerking met de 'disruptors' die de markt op dit moment zo ingrijpend veranderen. Partnerships opstarten met start-ups om de creativiteit 'open te stellen' en te stimuleren, de evoluties in hun sector in de gaten te houden en de vooruitgang ook snel te kunnen integreren. Met andere woorden: meegaan met de stroom van innovatie, in plaats van erin te verdrinken.

Samenwerken met disruptieve start-ups

Start-ups en scale-ups zijn een pak flexibeler en innovatiever en zijn dus de pioniers van de technologische revolutie. Grote organisaties daarentegen zijn per definitie een stuk trager en kunnen zich bijgevolg niet zo snel aanpassen of evolueren op korte termijn. Vandaar de noodzaak om samen te werken met deze disruptors om hun open innovation-strategie tot een goed einde te brengen. Volgens EY biedt zo'n samenwerking tal van voordelen:

  • Technologische veranderingen snel oppikken door de beste disruptieve spelers uit hun sector te vinden en te benaderen en zo een win-winrelatie uit te bouwen. De start-up is flexibel en creatief en zorgt zo voor nieuwe, snellere en minder dure oplossingen. De gevestigde onderneming stelt op zijn beurt zijn commerciële aanpak, middelen en ervaring ter beschikking om de ontwikkeling van de ideeën van de start-up te valideren, te lanceren en te versnellen.
  • De capaciteit ontwikkelen om zelf disruptief te zijn door een beroep te doen op nieuwe innovatieve methodes die zullen worden verankerd binnen het bedrijf. Een frisse wind van buitenaf maakt soms meer kans om te ontsnappen aan het 'gewicht' van de interne structuren.

De open innovation-aanpak uitdenken

In zijn publicatie analyseert EY twee bedrijven die zelf in het avontuur van open innovation zijn gestapt: Cisco en het auditbureau zelf, via zijn start-up Challenge. Ondanks hun grote strategische verschillen, zetten deze twee grote bedrijven allebei een innovatieproces in vier stappen op. Een broodnodige denkoefening voor een succesvolle samenwerking met de start-ups en scale-ups.

  1. Het toepassingsgebied van de innovatie definiëren om een optimaal kader te creëren voor de disruptors.
  2. De juiste spelers vinden om deel te nemen aan het proces: niet alleen start-ups, maar ook klanten en interne medewerkers (supportmedewerkers, sponsoring).
  3. De opportuniteiten uitdenken, ontwikkelen en aftoetsen op de markt aan de hand van prototypes.
  4. De proefprojecten die de 'commerciële' test met succes hebben doorstaan, toepassen op grotere schaal om ze om te zetten in echte businsesopportuniteiten.

Lessons learned

EY kon uit de analyse van deze voorbeelden een reeks belangrijke lessen trekken. En, ook al bestaat er geen algemene oplossing, open innovatie is een uitstekende inspiratiebron voor alle grote bedrijven. Enkele tips:

  • Maak netwerken beschikbaar voor start-ups. Een doorslaggevende factor voor de win-winrelatie én een belangrijk element voor hun groei.
  • Zorg voor een echte open omgeving, waardoor disruptieve ideeën kunnen ontstaan. Zoals Einstein ooit zei, kun je niet steeds opnieuw hetzelfde doen en toch verschillende resultaten verwachten. Vandaar dus ook het belang om outside the box te denken.
  • Voer een duidelijke strategie in. De creativiteit de vrije loop laten, betekent natuurlijk niet dat je zonder doelstellingen werkt en dat de restultaten niet worden gemeten. Integendeel zelfs!
  • Gebruik klanten om nieuwe oplossingen aan de realiteit te toetsen. Hun visie is doorslaggevend om innovaties uit te testen.
  • Ga voor een 'fail-fast'-aanpak, gebaseerd op actie in plaats van op analyse. Maar zorg tegelijkertijd voor een zekere nauwkeurigheid op het vlak van de planning en de commerciële aspecten.
  • Zorg dat ook het management zich engageert. Zonder steun van hogerop komt de open innovation-aanpak per definitie in gevaar ...

Hoe zet u de eisen van de energietransitie om in strategische kansen? “Door pragmatisch en zorgvuldig te werk te gaan”, vertelt onze partner Climact.

“Wij bieden bedrijven begeleiding en advies op weg naar maturiteit op het vlak van de uitdagingen rond de klimaatopwarming. En dat houdt in dat we met een aantal eisen aan de slag moeten, zoals de duurzaamheidsrapportering die de Europese CSRD-richtlijn (Corporate Sustainability Reporting Directive) oplegt”, vertelt Jerome Meessen, Associate Partner bij Climact. “Wij zien erop toe dat bedrijven daar zelf ook toegevoegde waarde uithalen. De meest tastbare voordelen voor hen zijn een vermindering van hun energiekosten en/of de verbeterde veerkracht van hun leveranciers en klanten in het licht van de klimaattransitie. Daarin gaan we zorgvuldig en pragmatisch te werk. Zorgvuldig, want we baseren ons op cijfers en passen erkende methodes toe, zoals het Greenhouse Gas Protocol voor de berekening van de koolstofvoetafdruk, zonder in greenwashing te vervallen. En pragmatisch, want we houden altijd rekening met de realiteit van het bedrijf in kwestie.”

Een traject in 5 stappen

Maar hoe begeleidt Climact bedrijven en overheidsorganisaties concreet?

Jerome Meessen: “Om te beginnen, helpen we hen duidelijk zicht te krijgen op de uitdagingen van de klimaatverandering waar ze nu of in de toekomst mee te maken krijgen. Dat doen we door de kansen en risico’s in kaart te brengen, zoals de gevolgen van een hoge koolstofprijs of het risico op een overstroming in een productievestiging. Op basis daarvan evalueren we hun huidige impact, om te komen tot de koolstofbalans van hun activiteiten. De volgende stap is de toekomstvisie: samen met de bedrijven bepalen we duurzaamheidsdoelstellingen, waarbij we ons baseren op de internationale standaarden van de Science Based Targets. Vervolgens helpen we hen om een concreet transitieplan op te stellen en in de praktijk te brengen, bijvoorbeeld door hen te helpen de inhoud en de specifieke kenmerken van een contract voor de aankoop van groene energie te bepalen. Tot slot begeleiden we bedrijven ook bij de communicatie over hun inspanningen, in lijn met de CSRD-vereisten.”  

CSRD: administratieve rompslomp of strategische kans?

De CSRD is dit jaar in werking getreden, met een reeks rapporteringsregels die voor heel wat ondernemingen verplicht zijn. “Het doel van de richtlijn is te zorgen voor maximale transparantie over de stand van zaken rond de duurzaamheidstransitie van bedrijven”, legt Jerome Meessen uit. “De rapportering heeft betrekking op factoren in verband met ecologie, samenleving en goed bestuur (Environmental, Social, Governance – ESG). Zo’n rapport biedt daarmee ook aan externe spelers, met name de entiteiten die overwegen het bedrijf financiering te verstrekken, een objectief beeld van de al afgelegde weg, de klimaatambities en de blootstelling aan de risico’s van de klimaatverandering.”

“Dat rapport opstellen is een aanzienlijke administratieve last voor bedrijven”, horen we van Jérémy Robinet, coördinator van het partnerschap met BNP Paribas Fortis. “Je moet een gedetailleerde methodologie en precieze normen volgen, formulieren invullen, indicatoren aanleveren … Maar het is ook een prima aanleiding om een solide en gefundeerde transitiestrategie uit te werken die het bedrijf ten goede komt, ook qua reputatie. Met onze begeleiding winnen bedrijven tijd. Ze hebben de zekerheid dat hun rapport beantwoordt aan de reglementaire eisen, en hun ESG-aanpak krijgt waarde en zin.”  

Climact, partner van BNP Paribas Fortis

Climact is een van de partners die BNP Paribas Fortis uitkoos om klanten te begeleiden los van de zuiver financiële kant van de zaak. “Op initiatief van de Relationship Manager van de bank gaan wij praten met bedrijven die vooruitgang willen boeken in hun energie- en duurzaamheidstransitie, specifiek op het vlak van hun decarbonisatiestrategie en om hun koolstofbalans op te stellen”, legt Jérémy Robinet uit.

Gilles Roumain, Sustainability Program Officer bij BNP Paribas Fortis en verantwoordelijk voor het partnerschap met Climact: “Via de samenwerking met Climact kunnen we onze klanten oplossingen aanreiken voor de decarbonisatie van hun activiteiten, en tegelijk onze eigen expertise op het gebied van decarbonisatie vergroten. Door hen die begeleiding aan te bieden, verkleinen we bovendien onze eigen koolstofvoetafdruk.”

“De bedrijven die de bank met ons in contact brengt, komen uit alle sectoren”, vertelt Jérémy Robinet nog. “Ze hebben een bepaalde minimale omvang, bijvoorbeeld een omzet van minstens 25 miljoen of een complexe toeleveringsketen. Het partnerschap heeft al geleid tot een 15-tal samenwerkingen, waaronder die met garagedeurfabrikant RE Panels.

We hebben hen in eerste instantie begeleid bij het opstellen van een koolstofbalans in overeenstemming met de Europese CSRD-verplichtingen. Daarop onderkende de directie het strategische belang van dat werk en vroeg ze ons om meer specifieke analyses uit te voeren, per product en productievestiging. Op die manier kon het bedrijf bepaalde ‘best practices’ op het spoor komen. RE Panels was opgetogen over onze aanpak. Voor elke doelstelling in de optimalisering van de koolstofvoetafdruk berekenden we de kosten, de winst en de nodige investering. Ze waren ook blij met de strikte afstemming op de internationale normen, want die is essentieel om greenwashing te voorkomen.”

Discover More

Contact
Close

Contact

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top