Article

27.03.2018

België geeft de op een na grootste groene staatsobligatie ter wereld uit

Wat een succes voor de Belgische staat en BNP Paribas Fortis! Op 26 februari 2018 heeft de Belgische staat 4,5 miljard euro opgehaald om de transitie naar een duurzame economie te financieren. Een grote primeur, zowel voor ons land als voor de bank.

De Belgische staat wil projecten financieren die bijdragen aan de transitie naar een duurzame economie. Om in aanmerking te komen moeten die projecten inspelen op drie belangrijke milieu-uitdagingen: klimaatverandering, biodiversiteit en vervuiling. De ingezamelde fondsen zullen worden besteed aan projecten uit vijf groene sectoren die die uitdagingen aanpakken: schoon vervoer, biologische hulpbronnen en bodemgebruik, hernieuwbare energie, circulaire economie en energie-efficiëntie.

"Zelfs voor de Belgische staat liet weten dat hij van plan was een groene obligatie uit te geven, hadden wij al diverse groene financieringsmogelijkheden voorgesteld aan het Federaal Agentschap van de Schuld. Ons marktleiderschap op de Belgische schuldmarkt en onze deskundigheid inzake de structurering van groene financieringsproducten plaatsten ons in een sterke positie om te worden geselecteerd als Structuring Advisors", vertelt Katherine Dior, verantwoordelijke voor obligatie-uitgiftes bij BNP Paribas Fortis. "We kregen bovendien de rol van Joint Bookrunner voor de transactie. Daarom hebben we een roadshow georganiseerd in meerdere Europese landen om groene investeerders aan te spreken en hun het product voor te stellen."

Een (bijna) klassiek product

Sinds meerdere jaren is BNP Paribas één van de pioniers in de uitwerking van groene obligaties op de Belgische markt. "We hebben aan tal van Europese projecten omtrent groene financiering gewerkt. In België deden we dat bijvoorbeeld voor bedrijven als Aquafin, Renewi (voormalig Shanks) en Cofinimmo. Vanwege onze ruime ervaring in het domein heeft het Federaal Agentschap van de Schuld een beroep gedaan op onze expertise om deze eerste groene staatsobligatie uit te werken", licht Katherine Dior toe.

Groene obligaties hebben exact dezelfde kenmerken als conventionele obligaties, op één verschil na: de gefinancierde projecten moeten beantwoorden aan de 'Green Bond Principles'. De emittent moet ook een jaarverslag publiceren voor twee cruciale aspecten: de toekenning van het opgehaalde bedrag aan groene projecten en een follow-up van hun ecologische impact.

Een centrale rol

"Vanaf september 2017 hebben onze teams het Federaal Agentschap van de Schuld geholpen om alle uitgaven van de federale instellingen uit te vlooien. De bedoeling was projecten te vinden die op basis van hun uitgaven mogelijk konden worden gefinancierd via de groene obligatie", legt Katherine Dior uit. "Na drie maanden speurwerk hadden we een lijst van in aanmerking komende projecten voor een totaalbedrag van 5,5 miljard euro. Tegelijkertijd had het Federaal Agentschap van de Schuld ook een beroep gedaan op een 'second opinion provider', Sustainalytics. Die moest nagaan of het kader van de groene obligatie was afgestemd op de Green Bond Principles. Op basis van de 5,5 miljard euro aan opgespoorde uitgaven besloot de Belgische staat uiteindelijk het bedrag van de groene obligatie vast te leggen op 4,5 miljard euro, om nog een zekere veiligheidsmarge in te bouwen."

Onze wereld in verandering wordt duurzamer

Als grootste bank van België moeten we een voortrekkersrol spelen en een katalysator zijn voor de verwezenlijking van een duurzame maatschappij. Dat is niet zomaar een ambitie, maar een concreet engagement naar de maatschappij toe. Duurzame ontwikkeling is onbetwistbaar een van de grootste thema's in de beleggingswereld van morgen. "Als geëngageerde bank kunnen we trots zijn op onze centrale rol in de uitgifte van deze eerste groene obligatie van de Belgische staat", besluit Katherine Dior.           

De groene obligatie van de Belgische staat in enkele cijfers

De 4,5 miljard euro werd opgehaald bij ongeveer 150 institutionele beleggers, als volgt verdeeld: fondsenbeheerders (33 procent), openbare instellingen (26 procent), pensioenfondsen (16 procent), schatkist (12 procent), verzekeringsmaatschappijen (5 procent), speculatieve beleggingsfondsen (5 procent) en banken (3 procent). De verscheidenheid aan profielen en het totale bedrag tonen aan hoe sterk beleggers in dergelijke producten geïnteresseerd zijn. Enkele financiële cijfers: het rendement van de coupon van deze eerste groene obligatie, met een looptijd van vijftien jaar, bedraagt 1,289 procent. De obligatie vervalt op 22 april 2033.

Article

15.01.2021

Bouwen we binnenkort met CO²?

Het klinkt wat futuristisch, maar vandaag is bouwen met CO² mogelijk. Dankzij versnelde carbonatatie wordt CO² gebruikt om bouwmateriaal te produceren. Een duurzaam voetpad in Gent illustreert hoe veelbelovend deze nieuwe technologie is.

Versnelde carbonatatie, ook CO2 mineralisatie genoemd, is een veelbelovende technologie om de bouwsector duurzamer te maken. Het leidt niet alleen tot een lagere CO2-uitstoot, maar ook tot een negatieve CO2-uitstoot door koolstofdioxide permanent op te slaan in waardevolle producten zoals bakstenen en tal van andere bouwmaterialen.

CO2 Value Europe, een denk- en doetank die de CCU-gemeenschap (Carbon Capture & Utilisation) vertegenwoordigt in Europa, organiseerde midden december een webinar over hoe CO2 gebruikt kan worden om bouwmateriaal te creëren. Aan de hand van concrete toepassingen werd het grote potentieel van deze duurzame technologie geïllustreerd, in het bijzonder voor de bouwsector. BNP Paribas Fortis is niet alleen financiële partner van CO2 Value Europe, als bank zetten we zelf ook sterk in op de ondersteuning van duurzaamheid in bedrijven.

Tweede meest vervuilende industriële sector

De cementindustrie is niet alleen één van de grootste industrieën wereldwijd, maar met een hoge uitstoot aan rookgassen ook één van de meest vervuilende. Cement is een cruciaal onderdeel voor beton, op zijn beurt onmisbaar voor de bouwsector. Een duurzaam alternatief voor cement, zou een wereld van verschil kunnen maken. Een van de manieren om dat te doen is via carbonatatie, ook gekend als CO2 mineralisatie.  Een CCU-technologie die nog niet zo gekend is, maar die wel een grote en positieve impact kan hebben op het klimaat en het milieu.

Versneld natuurverschijnsel

Carbonatatie is een natuurlijk proces waarbij bepaalde mineralen reageren met koolstofdioxide waardoor onder meer een soort kalksteen en dolomietsteen ontstaan. Zo’n proces duurt in de natuur duizenden jaren, maar dankzij innovatieve methodes kan het vandaag versneld worden tot slechts enkelen minuten. Dat vraagt weinig energie en met het resultaat kunnen verschillende producten gecreëerd, waaronder bouwstenen, waarin CO2 permanent opgeslagen blijft.

CO2 all the way

De ontwikkeling van deze CCU-technologie is de afgelopen jaren in een stroomversnelling gekomen. Dat resulteert vandaag in alternatieven voor cement die beantwoorden aan de technische vereisten van de bouwsector. CO2 kan op verschillende manieren opgeslagen worden in bouwmaterialen. Zo kan de injectie van CO2 helpen bij het uitharden van cement als alternatief voor water. Maar daarnaast kan het ook gebruikt worden om mineraal afval afkomstig van de staal- en mijnindustrie om te zetten in nieuwe producten zoals toeslagmateriaal dat als basis kan dienen voor plaveien of bouwblokken.

Goed voor onze planeet

Het effect van CO2 mineralisatie op het milieu is aanzienlijk omdat het op verschillende niveaus werkt. De globale reductie van CO2-emissies wordt geschat op 250 tot 500 miljoen ton per jaar in 2030 (bron: CO2 Value Europe).

  • CO2 kan rechtstreeks onttrokken worden uit rookgassen die afkomstig zijn van industriële processen in de staal-, cement- en chemische sector. Er is geen concentratie of behandeling nodig.
  • CO2 kan rechtstreeks uit de atmosfeer gehaald worden en zorgt zo voor een negatieve koolstofuitstoot.
  • In beide gevallen blijft CO2permanent in de eindproducten opgeslagen.
  • Er wordt mineraal afval en zelfs bouwafval gebruikt om met CO2 nieuwe bouwmaterialen te maken. Dat afval komt dus niet langer op een stortplaats terecht, wat ook kosten bespaart.
  • Dankzij die recyclage moeten minder natuurlijke nieuwe bronnen aangesproken worden.

What’s the catch?

Zoals bij elke nieuwe ontwikkeling zijn er ook uitdagingen. Om een echt competitief en waardevol alternatief voor beton te kunnen aanbieden binnen een circulaire economie zijn investeringen en aanpassingen nodig.

  • Fabrieken moeten hun installaties aanpassen. De nabijheid van een voldoende grote bron van CO2, zoals een staalfabriek, is aan te raden zodat de CO2 en het afval dat gebruikt wordt niet vervoerd moet worden.
  • Nieuwe producten produceren, al is het met koolstofdioxide en afval, vraagt energie en leidt dus ook tot CO2-uitstoot. Om het duurzaam effect te vergroten, zou daarom zoveel mogelijk hernieuwbare energie gebruikt moeten worden.
  • Versnelde carbonatatie is vrij nieuw en alle processen verlopen nog niet optimaal.
  • En dan is er nog het beleid en het wetgevend kader. Dat is vandaag nog onvoldoende afgestemd op deze nieuwe technologie waardoor een snelle uitrol van CCU-technologieën gehinderd wordt. Iets wat CO2 Value Europe alvast op de voet opvolgt.

Maar ondanks deze uitdagingen gaf Andre Bardow (professor Energy & Process Systems Engineering aan ETH Zurich) in het webinar aan dat hij ervan overtuigd is dat CO2mineralisatie de CO2-voetafdruk vermindert vanuit levenscyclusperspectief. Meer zelfs dan CCS (Carbon Capture & Storage) of het opslaan van koolstofdioxide.

Zero waste in eigen land

Vandaag zijn er wereldwijd al fabrieken die CO2-arm bouwmateriaal produceren. Een daarvan staat in Limburg. Het Genkse Orbix is erin geslaagd uit restafval van staalproductie (zogenaamde metaalslakken) mineralen te zuiveren die als basis dienen voor klimaatvriendelijke betonstenen. Niet alleen wordt er vloeibare CO2 gebruikt voor de productie van betonstenen in plaats van vervuilende cement, er wordt ook restafval gerecycleerd dat anders op een stort gedumpt zou worden. 

Een mooi voorbeeld ligt in Gent. Orbix realiseerde er in samenwerking met de Vlaamse onderzoeksinstelling VITO het project Stapsteen voor de stad Gent. U kan daar over het eerste Belgische circulaire voetpad lopen in de Leewstraat: 100m2, volledig opgebouwd uit duurzame stenen en goed voor een besparing van maar liefst 2 ton CO2!

Hebt u plannen in 2021 rond duurzaamheid? Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre kunnen u adviseren over innovaties, zoals deze CO2 mineralisatie, en begeleiden bij uw duurzame transitie.

Article

15.12.2020

Sunglasses that can help save the oceans

Yuma Labs makes sunglasses from recycled PET bottles. The Belgian firm has grown from a one-man startup into a company that manufactures items for other brands as well. But can the firm combine growth with sustainability? At BNP Paribas Fortis we certainly think so.

Yuma Labs (originally named YR Yuma) is the brainchild of Sebastiaan de Neubourg, explains his business partner Lenja Doms. She tells us: "Sebastiaan was working as a consultant, but he was itching to set up his own business.  His idea was to use a 3D printer to make sunglasses from recycled plastic. He then found out at first hand why no-one had tried this before. Because it proved to be quite a bit harder than expected,” laughs Lenja.

Crowdfunding

By 2017 Sebastiaan had a workable prototype and he started a crowdfunding campaign for his sustainable sunglasses. It was an immediate hit.  However, the project wasn’t first and foremost about achieving successful sales, reveals Lenja. “Sebastiaan saw the sunglasses primarily as a tool for making people aware of the basic principles of the circular economy. There’s no such thing as waste. A used Polyethylene terephthalate (PET) bottle provides the raw material for a new product, such as a pair of sunglasses.” And to complete the circle, the customer is encouraged to trade the sunglasses back in at the end of their life, in exchange for a new pair at an attractive discount.

More expensive

Sustainable manufacturing, as Yuma Labs does it, inevitably means that the final product is more expensive. “Fully twice as expensive,” Lenja points out, explaining: “We certainly don’t want to see the circular economy pigeon-holed as the province of the elite. We already take account of the entire life-cycle of a product, and we take responsibility for the recycling and re-use of the materials.  And let’s be quite clear about this: that’s more costly than just putting a product on the market without worrying about what happens to it later.”

Aiming for growth

In summer 2019, Lenja Doms and Ronald Duchateau came on board the Yuma team. This provided an opportunity to broaden the focus and look further than the consumer market. This month, Yuma Labs announced a collaborative project with a major fashion company. This upscaling will enable Yuma Labs to reach out to a much larger audience.

A good mix

In order to grow, a business needs financial resources. Yuma Labs has looked into quite a number of possible solutions, says Lenja. “These days there are a lot of initiatives designed to support sustainable businesses – from banks, the government and private investors. We’ve always tried to find the right balance between our own capital and external finance, and to achieve a good mix of different forms of finance between capital, grants and loans.”

Lenja has a golden tip for other businesspeople in the circular economy: "All too often I observe that the economic side of the story is neglected because companies keep on trying to find the perfect solution or the perfect product. There’s no sense in that.  You shouldn’t try to be whiter than white.”

Creating added value

At BNP Paribas Fortis, Maxime Prové is the Account Manager for Yuma Labs. He endorses Lenja Doms’ view on this. “Entrepreneurs who set out to do sustainable or social business must also have a desire to create added value, otherwise the business won’t last,” Maxime points out, underlining: “You can’t pursue a sustainable, environmental or social business model unless it’s underpinned by a profit-making scenario. That’s the only way you’ll be able to grow, hire more people and make a greater impact.”

Photo: Karel Hemerijckx

Article

07.12.2020

Anticiperen op het verbod op fluorgassen, een belangrijke uitdaging voor kmo's

Bepaalde fluorgassen, die in airco- en koelsystemen worden gebruikt, zullen tegen 2030 worden verboden op grond van een Europese richtlijn. Wacht liever niet tot 2029 om u daaraan aan te passen.

Waar er gekoeld wordt, zijn er zeker ook fluorhoudende gassen aanwezig. Dat is hoe we het gebruik van deze gassen eenvoudig kunnen uitleggen. Fluorgassen worden veel gebruikt in de industrie en de handel, denk maar aan ijsmachines, koelsystemen, laboratoria, apothekers enz.

Het probleem is dat die gassen tegen 2030 geleidelijk zullen worden verboden, op grond van een Europese richtlijn die in de Belgische wetgeving is omgezet. "Waarom? Omdat die gassen een zeer hoge CO2-uitstoot hebben", geeft Véronique Leonard, hoofd van de pool Milieu bij Sowalfin in de video hierna aan. Een grote uitdaging voor kmo's: "De beslissingen die ze vandaag nemen, zullen in de toekomst een impact hebben, want de wetgeving is veranderd", zegt ze.

En wat als de richtlijn niet wordt nageleefd?

"Laten we beginnen met het slechte nieuws: ondernemingen die niet in orde zijn, zullen hoge boetes moeten ophoesten", waarschuwt Erik Vanberg, Sustainable Business Developer bij het Sustainable Business Competence Centre (SBCC) van BNP Paribas Fortis.

De beslissing is vooral bedoeld om de duurzame transitie van kmo's en ondernemingen te versnellen. Zo kunnen ze hun duurzaam engagement concreet maken en de financiële impact van de richtlijn beperken.

"In de decarbonisatiestrategie is de koelsector een van de eerste waar we actie kunnen ondernemen", legt de expert van het SBCC uit. "Net als ledverlichting, de installatie van hoogrendementsketels of de betere isolatie van gebouwen."

De eerste stappen naar die transitie vormen geen probleem en zijn makkelijk uit te voeren.

Bekijk het video-interview met Véronique Leonard, hoofd van de pool Milieu bij Sowalfin. 

Onze experts van het Sustainable Business Competence Centre
begeleiden u graag bij uw duurzame transitie.
Aarzel dus niet om hen te contacteren!
Article

18.11.2020

Samen naar een koolstofarme economie: onze bank werkte mee aan de Europese CO2 Value Day

Op 10 november vond de vierde ‘CO2 Value Day’ online plaats. Tijdens het evenement, dat we als partner mee hielpen opzetten, werd de vooruitgang in de ontwikkeling van de CCU-industrie geëvalueerd.

Bij BNP Paribas Fortis zijn we blij dat we dit evenement logistiek mee mogelijk konden maken, want het onderwerp CCU (Carbon Capture & Utilisation) ligt ons nauw aan het hart vanuit onze eigen inspanningen voor een koolstofarme economie.

Over CCU en CO2 Value Europe

‘Carbon Capture & Utilisation’ (koolstofafvang en -gebruik) omvat alle industriële processen die gericht zijn op het afvangen van CO2 - uit industriële bronnen of rechtstreeks uit de lucht - en het omzetten van die koolstofdioxide in bruikbare producten. Koolstof is vandaag dus niet uitsluitend nog een afvalstof, maar kan hergebruikt worden als grondstof voor heel wat toepassingen, bv. bouwmaterialen, de aanmaak van brandstoffen en in de chemische industrie.

CO2 Value Europe, een Europese organisatie die opgericht werd in 2017, wil de ontwikkeling en marktintroductie van deze duurzame industriële oplossingen bevorderen, om zo bij te dragen aan de vermindering van de wereldwijde CO2-uitstoot en aan de diversificatie van de grondstoffenbasis, weg van fossiele olie en gas. De organisatie verenigt meer dan 50 bedrijven uit diverse sectoren in heel Europa, waaronder 12 multinationals. Als enige financiële partner ondersteunen wij CO2 Value Europe door de organisatie toegang te geven tot onze expertise en ons netwerk.

Het evenement

De CO2 Value Day is voor alle leden van CO2 Value Europe telkens een unieke gelegenheid om de gemeenschappelijke vooruitgang in de ontwikkeling van de CCU-industrie te evalueren. Het evenement was dit jaar opnieuw een mix van plenaire presentaties, keynotespeeches en interactieve workshops.

Na een verwelkoming en een introductie door Stefanie Kesting, voorzitster van CO2 Value Europe, nam Sebastien Soleille het woord. Als Global Head of Energy Transition & Environment bij onze bank had hij het over de rol van banken bij het ondersteunen van duurzame ontwikkeling. Een verantwoordelijkheid die we bij BNP Paribas Fortis niet licht opnemen: met ons Sustainable Business Competence Centre helpen we al jaren bedrijven bij hun duurzame transitie. We focussen daarbij op 4 pijlers: decarbonisering, circulaire economie, menselijk kapitaal en slimme steden.

Daarna sprak Vincent Basuyau, Policy Officer bij DG GROW over CCU in de huidige EU-beleidscontext. Daarbij ging het vooral over het ‘Innovation Fund’, dat door Europa opgericht werd om te investeren in innovatieve projecten die industriële activiteiten in Europa koolstofvrij maken.

Ook de plannen voor 2021 werden uit de doeken gedaan. CO2 Value Europe zal het komende jaar vooral focussen op de verdere ontwikkeling en de markttoepassingen van CCU-technologieën. Het doel is om de vele verschillende spelers die betrokken zijn bij CO2-gebruik in Europa te coördineren, hun inspanningen in de waardeketen te integreren en de ambassadeur te worden van de CO2-gebruiksgemeenschap richting beleidsmakers en financiers. Want een gunstig wettelijk en marktkader is een vereiste om CCU-oplossingen commercieel te kunnen inzetten.

CO2 Value Europe wil de verdere ontwikkeling van CCU-technologieën stimuleren door:

  • oplossingen te bieden om de netto CO2-uitstoot van moeilijk te decarboniseren sectoren te verkleinen, zoals de energie-intensieve procesindustrieën (bv. cement en kalk, chemicaliën, staal en andere metalen) of de transportsector;
  • negatieve emissies te creëren bij het afzonderen van CO2 in bouwmaterialen die ontstaan door de carbonatatie van mineraal afval;
  • een alternatieve grondstof aan te bieden voor de productie van chemische bouwstenen en ter vervanging van fossiele olie en gas;
  • de opslag en het transport van hernieuwbare energie te vergemakkelijken, waardoor de transitie van energiesystemen in de EU wordt versneld;

Er was ook tijd voor twee break-outsessies: tijdens de eerste werd er gesproken over de ontwikkeling van een strategie om een regelgevend kader te creëren dat CCU-technologieën ondersteunt.

De tweede sessie ging over projecten en financiering. Daarin vertelde o.a. Aymeric Olibet, Sustainable Business Advisor bij BNP Paribas Fortis, over de oplossingen die we met ons Sustainable Business Competence Centre aan bedrijven bieden. Daarnaast had hij het ook over het financieren van duurzame projecten via green bonds en green loans, en over blended finance, een mix van publieke en privéfinanciering.

Tot slot konden de deelnemers tijdens online speedmeetings in contact komen met andere deelnemers.

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top