Article

23.05.2016

Zo investeert u slim en rendabel in duurzame energie

Veel ondernemers willen wel, maar durven niet. Logisch, want groene investeringen zijn vrij nieuw en behoorlijk complex. De sleutel ligt bij maatwerk.

Als ondernemer hebt u nauwelijks grip op de stijgende energieprijzen. Nochtans wegen die zwaar door op het budget. Door te investeren in duurzame energie slaat u twee vliegen in één klap: een kostenbesparing én goed risicobeheer.

In een crisisperiode is het belangrijk de kosten te drukken, dat geldt ook voor de energiekosten. Veel ondernemers gaan er ten onrechte van uit dat energiebesparingen alleen gerealiseerd kunnen worden door te investeren in dure technologieën en materialen. Dat hoeft niet noodzakelijk het geval te zijn. Vaak is het een kwestie van de juiste technische keuzes te maken bij het ontwerp en de toepassing van de energieprojecten.

Bedrijven besteden best ook aandacht aan hun energiebevoorrading. België is erg energie-afhankelijk, we importeren netto meer elektriciteit dan we uitvoeren. Die energieafhankelijkheid, in combinatie met de voortdurende prijsstijgingen, verzwakt onze economie en bedreigt de concurrentiekracht. Bedrijven die investeren in hernieuwbare energie (windmolens, zonnepanelen, ...) of de energieprestatie van hun gebouwen (bijvoorbeeld door de installatie van een efficiënt verwarmingssysteem) zijn minder afhankelijk van de schommelende energieprijzen.

Ook het groene imago is mooi meegenomen. Door te investeren in duurzame energie onderstrepen bedrijven hun maatschappelijk engagement.

Raar maar waar: ondanks al die voordelen van duurzame investeringen hebben veel ondernemers koudwatervrees. Daar zijn verschillende redenen voor. Om te beginnen zijn veel technieken behoorlijk complex en gespecialiseerd. Verder is de potentiële rentabiliteit niet altijd even makkelijk te becijferen.

Multidisciplinaire aanpak graag!
Maar hoe pakt u een duurzame investering dan wel aan? Denk eraan dat een duurzame investering een multidisciplinair project is, waarbij verschillende actoren betrokken zijn. Projectontwikkelaars, beleggers, studiebureaus, bouwheren en financieringsinstellingen kunnen best zo snel mogelijk aan tafel gaan zitten om zo veel mogelijk vraagtekens weg te werken.

Nog een tip: maak zo snel mogelijk een afspraak met de bank. De afdeling Sustainable Energy Services van BNP Paribas Fortis stelt gratis specialisten ter beschikking. Naast de haalbaarheid van het project analyseren de experts ook de technische en financiële risico’s. Ondernemers krijgen ook begeleiding bij mogelijke overheidssteun en het wettelijke en reglementaire kader van de investeringen. Sustainable Energy Services volgt het investeringsdossier nauwgezet op. De specialisten vergelijken de verschillende financieringssystemen, zoals een traditionele banklening, leasing of een energieprestatiecontract. Het resultaat? Financiering op maat.

Advies met raad en daad...

Sustainable Energy Services heeft de voorbije jaren enkele mooie projecten gerealiseerd.

  • In Roeselare verminderde Karel Sterckx nv zijn energiefactuur met maar liefst 30% door de bouw van twee windturbines
    De onderneming produceert champignonsubstraten, zeg maar een ondergrond om champignons in te kweken. De klimaatinstallatie die daarvoor nodig is, verbruikt handenvol energie, 15.000 MWh elektriciteit per jaar om precies te zijn, ongeveer evenveel als het energieverbruik van 4.000 gezinnen. De bouw van windmolens lag voor de hand, maar de ondernemers begrepen dat de investering complex is. Onze deskundigen ontfermden zich over de bouwvergunning, de rentabiliteitsstudie en de financiering. Het resultaat mag gezien worden: vandaag produceren de twee windturbines samen 5.300 MWh per jaar, goed voor een energiebesparing van 30% en 4.000 ton minder CO2-uitstoot.
     
  • Het Luikse ISSOL ontwikkelt fotovoltaïsche projecten
    De onderneming rekent op BNP Paribas Fortis voor de financiële structurering van haar projecten. ISSOL bouwt niet alleen zonnepanelen voor particulieren en bedrijven, het bedrijf treedt ook op als sleutel-op-de-deurdienstverlener. Kort gezegd komt het hierop neer: een bedrijf of een lokaal bestuur sluit een contract met ISSOL om een gebouw om te vormen tot een ‘elektrische centrale’, door de installatie van zonnepanelen. ISSOL financiert die werken en staat in voor het beheer van de centrale. In ruil ontvangt ISSOL de inkomsten van de elektriciteitsproductie. Onze specialisten hebben deze financiële constructie mee vormgegeven.
     
  • Verlichtingsexpert VSE bouwt een passiefkantoor in Neder-Over-Heembeek
    Het bedrijf zocht een innoverende financiering voor de constructie van dat passiefgebouw. BNP Paribas Fortis stelde een onroerende leasing van 6,6 miljoen EUR voor: 5,7 miljoen EUR voor de constructie van het gebouw en 900.000 EUR voor de verwerving van een recht van opstal op het stuk grond, waardoor de klant de aankoopprijs van de grond gedeeltelijk kan herfinancieren. Het gebouw zal na de oplevering door BNP Paribas Leasing Solutions ter beschikking worden gesteld via een financiële lease met een looptijd van vijftien jaar. VSE betaalt vanaf dan periodieke huurgelden voor de aflossing van de financiering.
Article

23.05.2016

Schommelende energieprijzen? Zo beperkt u het risico

Hoe kan een bedrijf zich indekken tegen de schommelende energieprijzen? Om die vraag te beantwoorden, moet je een heuse specialist zijn. Veel bedrijven doen daarom een beroep op een onafhankelijke energieadviseur, zoals GDF Suez Trading.

Sales trader Stéphane Pirotte van GDF Suez Trading legt uit hoe bedrijven zich kunnen wapenen tegen de schommelingen op de energiemarkten.

“In essentie heb je twee mogelijkheden. Verwacht je prijsstijgingen? Koop vandaag. Denk je dat de prijzen dalen? Stel je aankoop uit. In verschillende gesprekken achterhalen we de energiebehoefte van de klant, het aankoopvolume, de dekkingsgraad, maar ook het risicoprofiel en de doelstellingen van de onderneming. Sommige bedrijven verkiezen een strikte budgettaire controle, andere opteren voor een dynamische aanpak. Ons advies is onafhankelijk: we zeggen niet met welke leverancier u in zee moet gaan. Dat garandeert onze klanten een optimale oplossing.”

Welke elementen bepalen de energieprijzen en wat zijn de verwachtingen voor de komende maanden?
Dit zijn volgens GDF Suez Trading de 5 belangrijkste variabelen:

  1. De macro-economische situatie
    De energiemarkten volgen de economische conjunctuur. Voor elk procentpunt dat de economie groeit, neemt de wereldwijde vraag naar energie toe met ongeveer 0,6%. Ook de economie in de groeilanden speelt een belangrijke rol. Neem nu India. Dat land is een grote verbruiker van fossiele brandstoffen, zoals steenkool. Een toename (of een daling) van de Indiase economie zal dus gevolgen hebben op de steenkoolprijs. En ten slotte beïnvloedt ook de wisselkoers de energieprijzen. Olie en steenkool, bijvoorbeeld, noteren in Amerikaanse dollar. Een sterke euro vergroot met andere woorden de koopkracht van de Europese industrie op de energiemarkt.
     
  2. Olie: prijzen opnieuw in de lift
    De huidige oliemarkt is stijgend, nadat de prijs voor een vat Brent-olie op enkele maanden tijd gedaald was van 110 naar 50 dollar. Veel bedrijven hebben zich toen op lange termijn ingedekt door olie tegen een zeer lage prijs te kopen. Vandaag zien we een stijgende vraag, vooral in de groeilanden en Europa, waar de steunmaatregelen van de ECB stilaan hun vruchten schijnen af te werpen. Volgens GDF Suez Trading zou de prijs voor een vat Brent-olie eind 2015 kunnen oplopen tot 70 dollar.
     
  3. Steenkool: daling zet zich door
    De steenkoolprijzen zijn de voorbije jaren gekelderd. Daarin speelt de toenemende ontginning van schaliegas in de VS een belangrijke rol. Zo moest Colombia, tot voor kort een van de belangrijkste steenkoolleveranciers van de VS, noodgedwongen op zoek naar andere afzetmarkten. Het Zuid-Amerikaanse land levert vandaag meer dan vroeger aan Europa. Er speelt ook een ander effect: de daling van de emissierechten in Europa maakt de opwekking van elektriciteit door steenkool voordelig (zie verder). België profiteert minimaal van de lage steenkoolprijzen omdat ons land maar één operationele steenkoolcentrale meer heeft.
     
  4. Aardgas: lagere productie in Europa zorgt voor meer volatiliteit
    Europa is voor zijn aardgas hoofdzakelijk aangewezen op import. Amper 30% van onze aardgasbehoefte komt uit EU-landen als Nederland, het VK en Denemarken. De aardgasproductie in de EU neemt elk jaar af. In Nederland bijvoorbeeld zal de aardgasproductie op amper twee jaar tijd met ruim 19 miljard kubieke meter dalen. Ter vergelijking: België verbruikt jaarlijks 15 miljard kubieke meter... Op korte termijn wordt de dalende Europese productie gecompenseerd door een verhoogde invoer uit Rusland.

    Ons land importeert ook lng, aardgas dat bij een temperatuur van -160°C vloeibaar is geworden, waardoor het per schip kan getransporteerd worden. De grote opslag in Loenhout maakt ons land relatief immuun voor grote vraagschommelingen. Op lange termijn is het uitkijken naar nieuw af te sluiten samenwerkingsverbanden met onder meer Azerbeidzjan en Turkmenistan. Die overeenkomsten kunnen de Europese aardgasbevoorrading verzekeren.
     
  5. Emissierechten: hervorming gewenst
    De vervuiler betaalt. Dat is het basisprincipe van de emissiehandel. Europa introduceerde het mechanisme om de uitstoot van o.a. broeikasgassen te verminderen. Het systeem is behoorlijk ingewikkeld. Het komt erop neer dat vervuilende bedrijven steeds hogere emissierechten zouden moeten betalen. Maar het mechanisme had geen rekening gehouden met de gevolgen van de financieel-economische crisis. Resultaat: de emissierechten werden goedkoper, waardoor bedrijven vandaag amper ‘gestraft’ worden voor hun schadelijke uitstoot
Article

23.05.2016

Een analyse van de Belgische energiemarkt

De liberalisering, de opkomst van hernieuwbare energie, de aangekondigde kernuitstap: de Belgische energiemarkt stond de voorbije jaren niet stil.

Al die evoluties hebben een impact op de productie, de prijzen én de bevoorrading. Laten we eerst het energielandschap even onder de loep nemen. De Belgische elektriciteitsmarkt wordt bevolkt door maar liefst zes spelers:

  • de elektriciteitsproducenten
    Zij staan aan het begin van de keten. De producenten wekken energie op in onder andere kerncentrales, STEG-centrales (stoom- en gasturbine), windmolen- of zonneparken en waterkrachtcentrales. Al die stroom komt terecht in het transmissienet (hoogspanning) of in de distributienetten (laag- of middenspanning).
     
  • de energiebeurzen
    Hier kopen of verkopen de marktspelers hun energie. Het systeem bevordert de concurrentie en een transparante prijszetting.
     
  • de transmissienetbeheerders
    Zij zijn verantwoordelijk voor het beheer van de transmissienetten op hoge en zeer hoge spanning. België heeft één transmissienetbeheerder, Elia. België is natuurlijk geen eiland. De transmissienetten van alle Europese landen zijn met elkaar verbonden. Landen kunnen dus elektriciteit importeren of exporteren, in functie van hun behoeften.
     
  • de distributienetbeheerders
    Zij zijn verantwoordelijk voor het beheer van de distributienetten op laag- en middenspanning. De distributienetbeheerders brengen de elektriciteit tot bij de klant en staan in voor de straatverlichting.
     
  • de regulatoren
    De regulatoren bewaken de energiemarkt. Ze verdedigen de belangen van de verbruikers en zien onder meer toe op de mededinging en de transparantie. Naast drie gewestelijke regulatoren is er één federale regulator, de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas).
     
  • de klanten
    Sommige industriële klanten zijn rechtstreeks op het hoogspanningsnet aangesloten. Particuliere klanten en kmo’s worden bevoorraad via het distributienet.

Hoe wordt de energieprijs bepaald?

Het energielandschap heeft ook gevolgen voor de prijszetting. Logisch, want alle spelers moeten vergoed worden voor de rol die ze spelen.  De prijs bestaat in grote lijnen uit drie componenten, die in principe moeten terug te vinden zijn op de factuur die bij de klant in de bus valt. We staan even in detail stil bij de verschillende prijselementen:

  • de ‘zuivere’ energieprijs
    Het is de leverancier/producent die de energieprijs bepaalt. De prijs bestaat doorgaans uit een (vaste) abonnementsprijs en een variabele vergoeding voor het effectieve verbruik. Die vergoeding houdt niet alleen rekening met de reële kostprijs, maar ook met een doorrekening van de kosten voor o.a. groenestroom- en WKK-certificaten (WKK staat voor warmtekrachtkoppeling).

    De Vlaamse overheid verplicht de leveranciers om een minimaal percentage groene energie of energie uit WKK-installaties aan te bieden. Als bewijs moeten de leveranciers groenestroomcertificaten en WKK-certificaten voorleggen. Bij een tekort aan certificaten moeten de leveranciers een boete betalen.

    In het Waalse Gewest levert de Commission wallonne pour l'Energie (CWAPE) groenestroomcertificaten af. Hun aantal hangt af van twee parameters: het verminderen van de CO2-uitstoot met een bepaald percentage en het gerealiseerde rendement. Elke Waalse elektriciteitsleverancier is verplicht een bepaald quota aan groene certificaten te behalen op basis van zijn verkoopvolume. 

    In het Brussels Gewest kent Brugel (de Brusselse energieregulator) groenestroomcertificaten toe aan elektriciteitsproducenten die een bepaalde CO2-besparing realiseren binnen een vastgelegde periode. De certificaten gelden voor een periode van 10 jaar.
     
  • de distributie- en transportkosten
    De distributie- en transportnetbeheerders rekenen een vergoeding aan voor de distributie en het transport van elektriciteit en aardgas en voor de openbare diensten die ze verlenen (zoals openbare verlichting, sociale tarieven, aankoopgarantie voor groenestroomcertificaten, enz.). De distributienetbeheerders kunnen hun tarieven niet zomaar aanpassen: ze hebben een goedkeuring van de overheid nodig. De distributie- en transportkosten hangen af van regio tot regio.
     
  • de taksen en heffingen
    De verschillende overheden rekenen taksen en heffingen aan op het energieverbruik. Sommige bedrijven hebben een energieovereenkomst met de overheid en zijn vrijgesteld van een aantal heffingen. Een van die heffingen is de federale energiebijdrage. Die wordt onder meer gebruikt om de werking van de CREG te financieren.

Goed om te weten

Meer info over de Belgische elektriciteitsmarkt vindt u op www.creg.be

Meer weten over de productie van groene energie?

Article

03.11.2017

Europees klimaatplan: van 20-20-20 naar 40-27-27

Minder broeikasgassen, meer hernieuwbare energie en een grotere energie-efficiëntie. Dat is het Europese strijdplan tegen de klimaatverandering.

Het klimaatplan van de Europese Unie moet de opwarming van de aarde afremmen. Bedoeling is dat de gemiddelde temperatuur op aarde maximaal twee graden hoger mag liggen dan tijdens het pre-industrieel tijdperk. Europa wil vooral de uitstoot van broeikasgassen (BKG) aanpakken, omdat die de hoofdschuldigen zijn van de klimaatopwarming.

De EU vertaalde het klimaatplan naar drie hoofdobjectieven, met als targetdatum 2020:

  1. de uitstoot van de broeikasgassen met 20% verminderen tegenover het niveau van 1990
  2. het aandeel van de hernieuwbare energieproductie optrekken naar 20%
  3. de energie-efficiëntie met 20% verhogen/opdrijven.

Het plan moet niet alleen een klimaatramp helpen afwenden, het moet de EU ook een economische boost geven. Zo rekent Europa op twee miljoen extra jobs door innovatie en energie-efficiëntie. Die efficiëntie moet op haar beurt de Europese concurrentiekracht opkrikken. Door meer in te zetten op hernieuwbare energie, kan Europa zijn energie-afhankelijkheid van de rest van de wereld afbouwen.

Volgens het klimaatplan kan de grotere efficiëntie en de lagere afhankelijkheid de EU tussen de 175 en de 320 miljard EUR besparingen opleveren. Ten slotte zou ook de gezondheid van de Europese burger erop vooruitgaan. Schonere lucht vermindert de gezondheidsrisico’s, wat zich vertaalt in lagere medische kosten.

Met dank aan de crisis!

Nobele doelstellingen zonder twijfel, maar hoe ver staan we vandaag? Op het eerste gezicht ziet het er goed uit. De 28 lidstaten hebben de uitstoot van broeikasgassen met 18% teruggedrongen. Het objectief van 20% ligt dus binnen handbereik. Opvallend is ook de verminderde energieconsumptie. In 2012 werd er in Europa 7,5% minder energie verbruikt dan in 2005. Je mag gerust van een trendbreuk spreken, want tussen 1990 en 2007 nam de energieconsumptie onafgebroken toe.

Toch is enige nuance op zijn plaats, want de trendbreuk is grotendeels op het conto te schrijven van de economische crisis. De uitstoot van broeikasgassen daalde nooit zo snel als in 2008, met maar liefst 7,3% om precies te zijn. Van 2009 tot 2012 is de daling minder scherp. In die periode is de lagere uitstoot voor de helft toe te schrijven aan de economische afkoeling.

Tussen haakjes: wie z’n horizon verruimt, ziet een heel ander verhaal. De inspanningen van de EU worden tenietgedaan door andere regio’s. Tussen 1990 en 2011 steeg de wereldwijde CO2-uitstoot met bijna 50%. De toename liet zich vooral voelen in China, waar de CO2-emissie op twee decennia verdrievoudigde.

Emissie: nood aan coördinatie

Doelstelling twee dan. Tussen 2004 en 2012 is het aandeel van hernieuwbare energie toegenomen met 70%. Die stijging is te wijten aan de lagere installatiekosten van windmolens en zonnepanelen, gecombineerd met een voordelig steunsysteem.

Volgens de laatste voorspellingen zal de EU zijn doelstellingen qua emissie moeiteloos halen, al blijven de verschillen tussen de lidstaten groot. Amper 15 lidstaten zitten op schema, de 13 overige moeten bijkomende maatregelen nemen. De EU pleit daarom voor een betere afstemming tussen de verschillende nationale klimaatplannen. De Europese Commissie waarschuwt ook voor aanpassingen aan de subsidiesystemen. Potentiële investeerders aarzelen om milieuprojecten te financieren. Volgens Europa gaat ook de afbouw van de administratieve rompslomp niet snel genoeg.

Belgisch rapport gemengd

En in eigen land? Het Belgische rapport bevat plussen en minnen. De 20-20-20-doelstellingen gelden voor de globale EU, met afzonderlijke doelstellingen voor elke lidstaat. Voor België liggen die vast op 13-15-18. Ons land is in elk geval goed op weg om zijn doelstellingen inzake hernieuwbare energie te halen: het aandeel van dit type energie komt stilaan in de buurt van 10%. De doelstelling van 13% tegen 2020 is dus realistisch. Met de andere objectieven is het slechter gesteld. De uitstoot van broeikasgassen lag in 2012 6% lager dan in 1990. Het streefdoel van 15% tegen 2020 staat ver af.

Eenzelfde vaststelling geldt voor de doelstellingen op vlak van energie-efficiëntie. Ons land blijft voorlopig steken op een verbetering van 9%, amper de helft van de vooropgestelde 18%. Overigens moeten deze Belgische doelstellingen voor 2020 nog altijd worden verdeeld tussen de gewesten.

Ondertussen kijkt de Europese Raad al naar 2030. Samengevat komt het hier op neer: 20-20-20 wordt 40-27-27. Wordt vervolgd met andere woorden...

Article

06.09.2023

Nieuwe mobiliteit: de troef van technologie

Is technologie een troef voor de overstap naar nieuwe mobiliteit voor bedrijven? Dit vindt Philippe Kahn, Mobility Solutions Expert.

Onze samenleving ondergaat een duurzame transitie. Om daaraan bij te dragen moeten bedrijven hun mobiliteit heroverwegen. Sinds 1 juli 2023 voelen we de eerste gevolgen van het uitdoven van de fiscale aftrekbaarheid van bedrijfsvoertuigen met een verbrandingsmotor tegen 2026. Tegelijk maakt het federale mobiliteitsbudget deze (r)evolutie een pak concreter en werkbaarder. Eén ding is zeker: technologische tools, vooral applicaties, spelen een sleutelrol. Philippe Kahn, Mobility Solutions Expert bij Arval BNP Paribas Group, legt uit waarom.

1 juli 2023: een sleutelmoment

"In de weken na het scharniermoment van 1 juli 2023 zagen we de behoeften van onze professionele klanten al veranderen", legt Philippe Kahn uit. "Sommige bedrijven hadden al concrete stappen gezet naar een duurzame transitie. Maar in heel wat bedrijven rijzen nu pas veel concrete vragen en bezorgdheden van medewerkers die beantwoord moeten worden. Hoe kan ik een elektrische auto gebruiken als ik in de stad woon en er geen oplaadpunten beschikbaar zijn? Heb ik zin om elke twee dagen op zoek te gaan naar een betrouwbare plek om op te laden? En ben ik bereid om mijn mobiliteit fundamenteel te herzien? Voor werkgevers is het een prioriteit om op al die vragen een bevredigend antwoord te geven.”

Naast het beheer van een elektrische bedrijfswagen van a tot z, inclusief opladen, beginnen almaar meer ondernemingen hun globale mobiliteitsbeleid te herzien. Ze analyseren alle bestaande alternatieven, met name de multimodale. “En dat is uitstekend nieuws”, gaat Philippe Kahn verder. “Want het is een verplichte passage voor hun toekomst. Ik denk dat de vraag naar zo’n oplossingen steeds groter zal worden. Om daar vlot op in te spelen, zijn technologie en vooral apps een belangrijke troef."

Anticiperen om beter te dienen

Ondernemingen beginnen er meer en meer over na te denken, maar voor Arval BNP Paribas Fortis en Philippe Kahn is het al jaren een prioriteit. "We anticiperen al meer dan vijf jaar op de veranderingen die aan de gang zijn, met als doel een veel bredere mobiliteitsvisie en expertise te hebben dan alleen leasing. Vandaag hebben we trouwens een volledige afdeling die zich daar uitsluitend mee bezighoudt. Dankzij die expertise kunnen we tegemoetkomen aan en zelfs vooruitlopen op de behoeften van bedrijven. Die zitten vaak met vragen en voelen zich soms wat verloren in deze mobiliteitsrevolutie."

Een vereenvoudigde en vlottere ervaring dankzij technologie

Maar waarom en hoe speelt technologie een belangrijke rol in deze transitie naar een duurzamere mobiliteit van bedrijven? "Het maakt de ervaring van deze nieuwe mobiliteit eenvoudiger en gebruiksvriendelijker. De laatste marktontwikkelingen liggen in die lijn", antwoordt Philippe Kahn. "Dat geldt ook voor de nieuwe mobiliteitsapps die we onze zakelijke klanten voortaan aanbieden. Voor werkgevers vergemakkelijken ze het beheer van het mobiliteitsbudget dat de federale overheid invoerde. Dit budget met zijn drie pijlers is cruciaal om de mobiliteit te herdenken. Maar tegelijk hoort daar een zekere reglementaire complexiteit bij. Net om daarop in te spelen zijn we vijf jaar geleden al begonnen met de ontwikkeling van een hele reeks technologische tools die het beheer van het mobiliteitsbudget vergemakkelijken. Bijvoorbeeld om onze klanten in staat te stellen heel eenvoudig de gecombineerde keuze voor een elektrische wagen en een fiets te beheren binnen dat budget. Vanuit die innovatielogica, die gericht is op een aangename gebruikerservaring, integreren onze apps heel concreet alle facetten van de nieuwe professionele mobiliteit, toegankelijk via een smartphone. Gebruik van openbaar vervoer, deelmobiliteit, taxi's en zelfs parking, ook al behoort dat niet tot het mobiliteitsbudget: alles is op één plaats terug te vinden.”

Dit vergemakkelijkt ook het beheer van transacties. “Mobiliteitsaankopen voor een klein bedrag, zoals een busticket, worden onmiddellijk verrekend en gevalideerd. Er is geen manuele controle meer nodig. Volgens die logica moet er niets voorgeschoten of terugbetaald worden ... en hoeven dus ook geen tickets en andere aankoopbewijzen bewaard of beheerd te worden. Kortom: onze apps vereenvoudigen het mobiliteitsbudget door alle componenten op een gebruiksvriendelijke manier aan te reiken: auto, fiets, scooter, multimodaliteit, openbaar vervoer, gedeelde mobiliteit ..."

Technologie als strategische accelerator

Het innovatietraject dat Arval België uitstippelt, illustreert perfect waarom technologie een belangrijke accelerator is om nieuwe mobiliteitsstrategieën te implementeren. En uiteraard zal wat vandaag bestaat snel evolueren naar een steeds rijkere gebruikerservaring. Philippe Kahn: "Er bestaan al heel wat innoverende tools. Maar we moeten rekening houden met de Belgische complexiteit. Een van de uitdagingen is om alle betrokken actoren onder dezelfde koepel samen te brengen en het resultaat van die samenwerking in eenzelfde 'magische' app te gieten. Wat vandaag in België bestaat, heeft nog vaak een lokale draagwijdte. Zo’n beperking bestaat bijvoorbeeld niet in Nederland dankzij de OV-kaart. Ook de stedenbouwkundige realiteit van ons land is een uitdaging. Want de invoering van mobiliteitshubs buiten de grote stedelijke centra waar alle verplaatsingsmiddelen toegankelijk zijn, is niet zo gemakkelijk."

Eén ding staat vast: de transitie naar een nieuwe bedrijfsmobiliteit staat op de rails. En de nieuwe Arval Mobility App is een waardevolle tool voor onze bedrijven. "Technologische innovatie maakt het mogelijk om de reglementaire complexiteit voor werkgevers te verminderen en multimodaliteit concreet en gebruiksvriendelijk te maken voor hun werknemers", besluit Philippe Kahn.

Arval Belgium nv, Ikaroslaan 99, 1930 Zaventem – RPR Brussel – BTW BE 0436.781.102, nevenverzekeringstussenpersoon geregistreerd bij de FSMA onder het nummer 047238 A. Onder voorbehoud van aanvaarding van uw aanvraag.

Arval Belgium N.V. is een dochtermaatschappij van BNP Paribas Fortis N.V.

Discover More

Contact
Close

Contact

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top